HET HERSTEL VAN ALLE DINGEN
DOOR DR. STEPHEN E. JONES
Het herstel van alle dingen. Hoofdstuk 2
Jezus zegt in Mat. 7:1: "Oordeel niet, opdat er niet overjullie geoordeeld wordt." Maar Paulus zegt in 1 Kor. 6:2 "Weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? Paulus berispt de gemeente voor het ontbreken van iemand die in staat is om ge-
schillen te oordelen binnen de gemeente. Spreekt Paulus hiermee Jezus tegen? Natuurlijk niet.
We maken duizende beslissingen per dag.Elke beslissing is een oordeel,want we bepalen welk pad de juiste is om te nemen en welk pad we links laten liggen. Te oordelen en te onderscheiden komt van hetzelfde Griekse woord.We hebben de gave van geestelijke onderscheiding nodig om te (be) oordelen wat juist en wat vals is. Bovendien shiep God gezag (Rom.13:1; Joh.5:27) om geschillen tussen mensen te oordelen.
De uitspraak van Jezus was een waarschuwing om niet te oordelen
vanuit een eigen persoonlijke mening, maar vanuit onderscheiding van de Geest. op die manier zal ons oordeel niet van onszelf zijn, maar van de Vader.
Er zijn er die onderwijzen dat oordelen verkeerd is, zonder verschil te maken tussen onderscheiden en veroordelen. Op dezelfde manier maken ze geen onderscheid tussen een onvolmaakte uitspraak vanuit menselijke gedachten en de vol-
maakte uitspraak dat van God komt.
Degene die bang zijn om een rechter van God te zijn, zijn in wezen bang voor het gezag dat God geeft aan hen die geroepen worden om te regeren ( als overwinnaar). Misschien dat zulke mensen ook niet geroepen worden om te regeren, waardoor ze ook geen zalving ontvangen waarmee ze leren hoe ze rechtvaardig kunnen oordelen. Ik kan alleen maar zeggen dat, vanuit mijn ervaring met God, Hij mij aan het trainen is - veelal met vallen en opstaan hoe ik rechtvaardig kan oordelen vanuit de gedachte van Christus.
De helft van deze training bestaat uit het bestuderen van het Woord van God. De andere helft wordt verkregen door het ontwikkelen van geestelijke gaven, voornamelijke de gave van wijsheid, kennis en onderscheidingsvermogen ( 1Kor. 12:8-10 ). Het is belangrijk om de schrift te bestuderen (2 Tim. 2: 15 ) in onze zoektocht naar de waarheid. Maar dit is niet genoeg. We hebben ook een geestelijke kant die ontwikkelt moet worden,
want het is de Heilige Geest die ons leidt naar de volle waar-
heid ( Joh. 16: 13 )
We moeten Hem prijzen en aanbidden in BEIDE - geest en waar-
heid. Vele groepen specialiseren zich in Bijbelstudie om de waar-
heid te leren, maar zij negeren de geestelijke gaven. Anderen
focussen zich zoveel op het ervaren van geestelijke gaven dat zij het bestuderen van de Schrift negeren. De winnende combinatie
is een balans tussen zowel geest als waarheid.
Velen zijn gehinderd in het verleden door de leer dat de wet is
teniet gedaan of 'heeft afgedaan'. Zij realiseren zich niet dat Jezus de wet heeft vervuld (Mat. 5: 17-19) en dat Paulus haar
heeft 'bevestigd' (Rom. 3:31). Paulus legt heel duidelijk uit dat het niet het doel van de wet is om iemand te rechtvaardigen,
maar juist om ons te leren wat zonde is (Rom.3:20). Johannes zegt uitdrukkelijk dat 'zondigen Gods wet ovdrtreden is '( 1 Joh.
3:4 ).
Het weg doen van de wet had als consequentie het legaliseren van
de zonde, zodat de mens in overtreding kon gaan in welke zonde
dan ook met de immuniteit van goddelijke vervolging.
Als onze overheid het voorbeeld van de gemeente zou volgen (en dat heeft zij gedaan), dan zou zij dingen zoals seksuele zonden,
abortus en het 'recht' van overheidsambtenaren om te liegen tegen het publiek, omwille van de 'nationale veiligheid' legaliseren. Anderen opperen het legaliseren van het verbouwen
van drugs, wat, als dit erdoor komt, een groot gedeelte van 'zonde' (misdaad) elimineert in Nederland, met als gevolg het
reduceren van de gevangenispopulatie.
Paulus zegt: "want zonder wet is er ook geen overtreding" (Rom.
4:15). Om iets een zonde te laten zijn moet er een wet zijn wat die daad tot zonde bestempeld. Het weg doen van de wet is een menselijke manier om zonde te legaliseren. Gods manier is om de wet te erkennen en vervolgens de voledige straf te dragen, zoals
Jezus dat deed aan het kruis.
Laten we, met dit in ons achterhoofd, teruggaan naar de verklaring van Paulus in 2 Kor.5 en de bediening van de verzoen-ing. Paulus zegt in vers 19 dat onze boodschap is, dat God de overtredingen (zonde) van de wereld, haar niet aanrekent. De
opvatting van het Universalisme is,zoals dit ontwikkeld is enkele
eeuwen geleden, dat de wet is teniet gedaan op het kruis; daar-door is er geen zonde meer dat de wereld kan worden aange-
rekend. Zij zeggen dat op deze manier God iedereen redt. Zonder de wet is er geen verantwoordelijkheid (schuld) voor de zonde,
want Paulus zegt in Rom. 3:19:
19. Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degene die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde
en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
Het is nogal wat om te zeggen dat de wereld helemaal geen zonde meer heeft; het is heel wat anders om te zeggen dat God hun zonden, hun niet toerekent. De eerste verklaring zegt dat de
zonde niet langer bestaat; de tweede, erkent het bestaan van de
zonde, maar zegt dat Jezus de straf op de zonde heeft gedragen
aan het kruis. Het eerste vernietigd de wet; de tweede acht de
wet hoog genoeg om haar volledig te betalen.
Universalisme zoekt naar redding voor de mensheid door de wet te vernietigen, waardoor een overtreding van de wet onmogelijk
wordt, ongeacht wat iemand zijn naaste aandoet.
De aanslagen op 9 september 2001? 'Zij zullen zeggen dat dit geen
moord was, want moord bestaat niet meer, omdat de wet betreft
moord, werd ingetrokken op het kruis'.
Uiteraard onderwijs ik geen Universalisme, Ik onderwijs de 'Leer
van Herstel', en sinds ik dit woord in deze context heb geopperd,
heb ik ook het voorrecht om het te definiëren.
Het is het geloof dat de gehele schepping zal worden verzoend met Hem, niet door de wet teniet te doen, maar door haar volledige staf te betalen. Ten tweede, terwijl Jezus het FEIT ver-
kreeg van redding voor alle mensen, verschilde de TIMING van deze redding, dit hangt van iemands órde / eenheid' ( Griekse:
tagma ) af. 1 Kor.15:22 en 23 zegt: (ST. vert.)
22.Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in
Christus allen levend gemaakt worden. 23. Maar een iegelijk in
zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn,
in Zijn toekomst.
Er staat meer dan één opstanding te gebeuren. De eerste éenheid' zal bestaan uit hen die geroepen worden om te regeren
en te heersen met Hem (Op.20:4-6). De tweede groep zal bestaan
uit hen die samen zullen opstaan met de ongelovigen (Joh. 5:28,
29; Luk. 12:46) bij de Grote Witte Troon (Op.20: 11-13) . Deze
tweede groep van gelovigen zal niet delen in de eerste opstand-
ing en zij zullen ook niet regeren met Christus gedurende de
duizend jaar van het toekomende Loofhuttentijdperk. Nietemin
zullen zij échter worden gered, maar door het vuur heen' (1Kor.
3:15). Jezus legt heel duidelijk in Luk. 12:46-49 uit, dat die dienaren van God, die anderen mishandelen 'slagen' zullen
krijgen voordat zij hun beloning zullen ontvangen.
De derde groep zijn de ongelovigen zelf, nadat hun tijd van oordeel is voltooid, want er zal een Jubeljaar aanbreken aan het einde der tijden volgens de wet, waarin heel de schepping zal delen in de vrijheid en luister van Gods kinderen (Rom.8:21).
Het grootste verschil tussen het Universalisme en de leer van
Het Herstel zit hem in dit goddelijke oordeel. De eerste opvatting wijst elke vorm van oordeel af, waardoor niemand rekenschap hoeft af te leggen voor hun werken op aarde en waardoor geeste-lijke groei overbodig en irrelevant wordt gemaakt.De andere opvatting erkent de realiteit en de ernst vande zonde en ziet hoe de volledige prijs is betaald, zoals de wet eist, voor de ultieme verzoening van de schepping, en waardoor gelovigen toch gered worden door hun geloof en ongelovigen door oordeel,tuchtiging en geestelijke groei.
De oordelen van God zijn vastgelegd in de wet zelf. Binnen de wet kan er geen zonde gevonden waardoor marteling door fysiek
vuur geëist wordt. Het vuur is de 'vurige wet' zelf (Deut. 33:2,SV.)
Zijn Woord is als een vuur (Jer. 23: 29), want het doel van het vuur is reiniging en zuivering en het verwijderen van afval om zo-
doende het perfecte en gewenste resultaat te verkrijgen. Dit kunnen we specifiek terug zien in het feit dat de slagen die de tweede groep gelovigen moeten ondergaan, worden omschreven als 'vuur', howel ze dus niet lettrlijk verbrand worden. Lukas 12:49 vat die passage samen met de volgende uitspraak van Jezus.
49. Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te werpen; en wat wil
Ik, indien het alrede ontstoken is ?
Het verlangen van Jezus was niet het uitzien naar een dag dat de mensen voor eeuwig en altijd gemarteld zouden worden in een
letterlijk vuur. Het 'vuur' dat Hij op aarde zou ontsteken werd in
de vorige verzen al gedefinieerd als veel of weinig slagen, dat weer direct afkomstig is uit de wet in Deut. 25: 2 en 3,
2. En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen ver-
diend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem
doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn on-
rechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal. 3. Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat misschien zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te
doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk ge-
houden worde.
Er is een limiet voor het aantal slagen dat een zondaar kon ont-
vangen voor misdragingen, net zoals er een limiet is voor het
aantal jaren dat misdadigers als slaaf moesten werken. De wet
van het Jubeljaar limiteerd de tijd van slavernij en ont-erving
tot een maximum van 49 jaar (Lev. 25:10). Dit is de genade van de
wet van het Jubeljaar en de wet van slagen. De gerechtigheid van
God omvat geen eindeloze straf. Evenals de genade van God niet
verkregen kan worden zonder gerechtigheid.
Dus aan het einde van de 'vuurpoel', als het 'vuur' zijn werk gedaan heeft, zal de zonde volledig gezuiverd zijn en heel de
schepping hersteld. De wet veroordeeld niemand tot marteling,
want marteling wordt alleen maar gerechtvaardigd binnen de
traditie van de mensheid. In plaats daarvan worden de ongelovig-
en (misdadigers) 'verkocht' en geplaatst onder het gezag van een rechtschapen man die hen gerechtigheid zal bijbrengen door
tuchtiging (indien nodig) en arbeid. Maar zelfs voor misdadigers
is er een Jubeljaar, want op die dag zal alle schuld (de aan -
sprakeljkheid voor de zonde) opgeheven worden waardoor ieder
mens hersteld wordt tot zijn erfenis (Lev. 25:40 en 41).
Gods doel met de schepping zal dan vervuld worden,waardoor
God zegeviert en niet faalt.
Het Jubeljaar is de wet van genade, waar ieders schuld wordt op-
geheven ongeacht of deze volledig of nog niet helemaal is terug-
betaald.En toch is de tijd voorafgaand aan dit Jubeljaar een tijd van oordeel en tuchtiging voor de zondaar,waardoor hij recht-
vaardigheid leert. Jeaja 26: 9 zegt,
9. Met mijn ziel heb ik U begeerd in den nacht, ook zal ik met mijn geest die in het binnenste van mij is, U vroeg zoeken; want wanneer Uw gerichten op de aarde zijn, zo leren de inwoners der wereld gerechtigheid.
De profeet begreep heel goed het doel van de Goddelijke wet en hij wist dat deze ontworpen was om de mensen tot berouw en herstel te brengen, en niet om hen voor altijd te vernietigen of
hen voor altijd te martelen. De wet voorziet dat een zondaar 'verkocht' (overgeleverd) wordt in de handen van een ander (Ex.22: 3) De rechter bepaald de duur van zijn straf naarmate de hoeveelheid schuld de zondaar verschuldigd is aan zijn slachtoffers. In dit geval is de schuld natuurlijk veel te groot
voor iedere zondaar om zelf te betalen, ongeacht het aantal jaren dat hij als slaaf dient. Daarom moet hij wachten tot het grote Jubeljaar van de schepping aanbreekt voordat hij hersteld
wordt tot zijn eigen erfenis die God voor hem bereid heeft.
Het belangrijkste punt om te begrijpen is dat de wet genade schenkt, samen met gerechtigheid. Binnen de wet is een limiet gesteld voor de duur van oordeel voor zonde.
Vanwege deze rede spreekt het Nieuwe Testament veelal over een eonian oordeel - dit is een tijdperk-gebonden oordeel of een
oordeel gedurende een eon (tijdperk). Hoewel eonian voor-
namelijk verkeerd vertaald is met 'eeuwig' of 'voorgoed', is dit niet de wekrlijke betekenis van dit woord, De Letterlijke Ver-
taling van Young vertaalt Mat.25:46 als Volgt:
46. En dezen zullen heengaan naar de tijdperk-gedurende straf, maar de rechtvaardigen naar het tijdperk-gedurende leven.
Dr. Young erkent dat het Griekse woord eonian behoort tot een
eon, oftewel een tijdperk- en niet tot eeuwigheid. Hoewel de schrift overal spreekt over een komend oordeel staat er nergens
in de schrift een leer over een oneindig oordeel. Deze denkwijze
is afkomstig vanuit de menselijke gedachte en vanuit de verkeerde menselijke interpretatie van de wet. Mensen zoals Scofield spraken van 'meedogenloze strengheid' van de wet, zonder te begrijpen dat de menselijke wetten veelal meedogenloos zijn met daarbij inbegrepen hun opvattingen over eindeloze marteling in een letterlijk vuur dat ze 'hel' noemen.De mens beeld zich in dat Gods gerechtigheid meedogenloos en hard is en dat hun eigen gerechtigheid veel barmhartiger is dan dat van God.Dit is een illusie die voortkomt uit de hoogmoed van de mens. |